Kleine, middelgrote en grote ondernemingen die omvangrijke beroepsinvesteringen of een omvangrijk opleidingsproject uitvoeren in het Vlaams Gewest, kunnen via deze maatregel financieel worden ondersteund.
De investering of opleiding dient ‘strategisch’ te zijn, met name betrekking te hebben op een kantelmoment voor de onderneming.
Inzake strategische opleidingssteun:
Alle ondernemingen in Vlaanderen met een minimale subsidiabele opleidingskost vanaf € 250.000 voor kleine ondernemingen en € 300.000 voor middelgrote en grote ondernemingen gedurende een periode van maximaal 3 jaar.
Kosten die in aanmerking komen zijn:
Inzake strategische investeringssteun:
Deze maatregel richt zich enkel tot projecten met een subsidiabel investeringsbedrag van meer dan € 8 miljoen (na afschrijvingsaftrek), uitgevoerd door:
|
Criteria |
ko |
mo |
|
Tewerkstelling |
minder dan 50 |
minder dan 250 |
|
ofwel
|
maximum € 10 miljoen |
maximum € 50 miljoen |
Bij de toepassing van deze criteria wordt rekening gehouden met eventuele partner- en verbonden ondernemingen van het betrokken bedrijf. Hierdoor zullen gegevens van gelieerde bedrijven moeten worden opgeteld.
Wanneer één van deze criteria wordt overschreden is men een grote onderneming.
Voor beide steunregimes geldt:
Inzake strategische opleidingssteun: De subsidie bedraagt minimaal 20% en maximaal 25% van de kosten die in aanmerking komen. Afhankelijk van de score die het bedrijf behaalt op een aantal criteria (met een minimum van 50 punten op 100), zal het steunpercentage bepaald worden in een vork tussen 20% en 25%.
Inzake strategische investeringssteun: De steun wordt berekend als een percentage van het subsidiabele investeringsbedrag. Dit bedrag bekomt men na aftrek van de afschrijvingsaftrek en de btw. Deze afschrijvingsaftrek is gelijk aan 10 % van de som van de afschrijvingen van de laatste drie bij de Nationale Bank neergelegde jaarrekeningen (en die beschikbaar zijn via een centrale databank) of van de subsidieaanvraag als de onderneming geen jaarrekening moet opmaken.
De maximum percentages die worden gehanteerd voor investeringssteun:
|
grootte van de onderneming |
buiten de ontwikkelingszones |
ontwikkelingszones |
|
kmo |
10 % |
10 % |
|
go |
- |
10 % |
De subsidie wordt geplafonneerd op € 1 miljoen per aanvraag, tenzij er een afwijking wordt toegestaan door de Vlaamse Regering.
Ontvankelijkheidscriteria
Deze ontvankelijkheidsvoorwaarde geldt niet voor de niet-industriële ondernemingen en industriële ondernemingen die minder dan 0,1 PJ primaire energie verbruiken en niet onder de Europese emissierechtenhandel vallen.
Beoordelingscriteria
De projecten worden beoordeeld op basis van bedrijfseconomische, sociale en ecologische criteria:
Deze criteria worden verder toegelicht in de bijlage of op de website van de Vlaamse overheid.
De maximumscore die een onderneming op basis van de beoordelingscriteria kan behalen bedraagt 100 punten. De score die de onderneming ten minste moet behalen om voor steun in aanmerking te komen bedraagt 50 punten. Afhankelijk van de bekomen score wordt het steunpercentage bepaald.
De aanvragende onderneming dient te motiveren dat de aangevraagde steun een stimulerend effect zal hebben op het investerings- of opleidingsproject. Hiervoor dient ze een onderscheid te maken tussen een scenario waarbij ze wél en een scenario waarin ze geen steun ontvangt.
Voor de berekening van de subsidiabele opleidingskosten, worden enkel de opleidingen met uitgesproken positieve externe effecten in aanmerking genomen (niet-overdraagbare opleidingen komen enkel in aanmerking voor kansengroepen) en komen enkel de meeruitgaven in aanmerking die de onderneming zal doen mits zij strategische opleidingssteun zal bekomen. Specifieke opleidingen komen niet in aanmerking, tenzij het additionele karakter van de specifieke opleiding bewezen is. Ook wettelijk verplichte opleidingen komen niet in aanmerking.
Een sjabloon op de website helpt ondernemingen bij het bepalen van de subsidiabele opleidingskost.
De steun moet worden aangevraagd op het daartoe bestemde aanvraagformulier dat kan teruggevonden worden op de website van het Agentschap Ondernemen www.agentschapondernemen.be. Tevens dient deze aanvraag te worden vergezeld van hetzij een kwalitatief businessplan (voor investeringsdossiers), hetzij een kwalitatief opleidingsplan.
Voor de berekening van de subsidiabele opleidingskost dient het bovenvermelde berekeningssjabloon te worden ingevuld.
Er kan een gecombineerd dossier worden ingediend voor zowel opleidings- als investeringssteun, doch dan dient het bedrag van het dossier te bestaan uit minimum € 8.250.000 voor kleine ondernemingen en minimum € 8.300.000 voor middelgrote ondernemingen, zijnde minimum € 8 miljoen voor investeringen en de rest voor opleidingskosten. Het plafond van de steun blijft echter maximaal € 1 miljoen.
Een onderneming kan maar om de 3 jaar ofwel een strategisch opleidingsdossier, ofwel een strategisch investeringsdossier, ofwel een gecombineerd dossier indienen.
De uitbetaling van de steun gebeurt in drie schijven:
Deze uitbetaling dient telkens door de onderneming te worden aangevraagd en dit ten laatste binnen zes maanden na het beëindigen van de investeringen.
Indien de tewerkstelling bij beëindiging van het project gedaald is t.o.v. de aanvangstewerkstelling wordt de volledige steun pro rata verminderd.
Voor meer informatie kan u terecht bij:
Koning Albert II-laan | 35 bus 12 |
1030 | Brussel |
F | 02 553 37 88 |
William | Anthuenis |
T | 02 553 37 68 |