U bent hier

Strategische investerings- en opleidingssteun

Laatste revisiedatum 12 apr '12
Bekijk PDFAfdrukken
Wat houdt deze maatregel in

Kleine, middelgrote en grote ondernemingen die omvangrijke beroepsinvesteringen of een omvangrijk opleidingsproject uitvoeren in het Vlaams Gewest, kunnen via deze maatregel financieel worden ondersteund.

De investering of opleiding dient ‘strategisch’ te zijn, met name betrekking te hebben op een kantelmoment voor de onderneming.

Wie komt in aanmerking

Inzake strategische opleidingssteun:
Alle ondernemingen in Vlaanderen met een minimale subsidiabele opleidingskost vanaf € 250.000 voor kleine ondernemingen en € 300.000 voor middelgrote en grote ondernemingen gedurende een periode van maximaal 3 jaar.
Kosten die in aanmerking komen zijn:

  • personeelskosten van de opleiders;
  • verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die opleiding volgen;
  • andere lopende uitgaven voor materieel en benodigdheden;
  • afschrijving van machines, installaties en uitrusting, in de mate waarin deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden gebruikt;
  • de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering m.b.t. het opleidingsproject;
  • de personeelskosten van diegenen die de opleiding volgen, ten belope van maximaal het bedrag van de vorige rubrieken samengeteld.

Inzake strategische investeringssteun:
Deze maatregel richt zich enkel tot projecten met een subsidiabel investeringsbedrag van meer dan € 8 miljoen (na afschrijvingsaftrek), uitgevoerd door:

  • hetzij kmo's (in geheel Vlaanderen), die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

Criteria

ko

mo

Tewerkstelling

minder dan 50

minder dan 250

ofwel

  • jaaromzet
  • balanstotaal

 

maximum € 10 miljoen
maximum € 10 miljoen

 

maximum € 50 miljoen
maximum € 43 miljoen

Bij de toepassing van deze criteria wordt rekening gehouden met eventuele partner- en verbonden ondernemingen van het betrokken bedrijf. Hierdoor zullen gegevens van gelieerde bedrijven moeten worden opgeteld.

Wanneer één van deze criteria wordt overschreden is men een grote onderneming.

  • hetzij grote ondernemingen (enkel in hierna vernoemde regionale steungebieden (fusiegemeenten)):
    • Voor Antwerpen : Balen, Dessel, Mol;
    • Voor Limburg : As, Beringen, Bree, Dilsen-Stokkem, Genk, Hechtel-Eksel, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Herstappe, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Maaseik, Maasmechelen, Tongeren;
    • Voor Oost-Vlaanderen : Ronse;
    • Voor West-Vlaanderen : Diksmuide, Lo-Reninge, Ieper, Middelkerke, Oostende, Wervik.

Voor beide steunregimes geldt:

  • De opleiding of investering mag pas ten vroegste starten op datum van de bevestigingsbrief (d.i. na toets ontvankelijkheidscriteria) en uiterlijk 6 maanden na deze datum.
  • Enkel ondernemingen die een aanvaardbare hoofdactiviteit uitoefenen kunnen steun aanvragen.
    Een lijst van de Nace-codes van deze sectoren kunt u raadplegen op de website www.agentschapondernemen.be of kan u bij het Agentschap Ondernemen bekomen.
  • Sinds eind 2010 is de maatregel strategische opleidingssteun ook toegankelijk voor bijna alle ondernemingen uit de voedingssector. Voor investeringssteun blijft deze sector uitgesloten.
  • Vzw’s zijn geen aanvaardbare juridische vorm voor deze steunmaatregel.

Omvang steun

Inzake strategische opleidingssteun: De subsidie bedraagt minimaal 20% en maximaal 25% van de kosten die in aanmerking komen. Afhankelijk van de score die het bedrijf behaalt op een aantal criteria (met een minimum van 50 punten op 100), zal het steunpercentage bepaald worden in een vork tussen 20% en 25%.

Inzake strategische investeringssteun: De steun wordt berekend als een percentage van het subsidiabele investeringsbedrag. Dit bedrag bekomt men na aftrek van de afschrijvingsaftrek en de btw. Deze afschrijvingsaftrek is gelijk aan 10 % van de som van de afschrijvingen van de laatste drie bij de Nationale Bank neergelegde jaarrekeningen (en die beschikbaar zijn via een centrale databank) of van de subsidieaanvraag als de onderneming geen jaarrekening moet opmaken.

De maximum percentages die worden gehanteerd voor investeringssteun:

grootte van de onderneming

buiten de ontwikkelingszones

ontwikkelingszones

kmo

10 %

10 %

go

-

10 %

De subsidie wordt geplafonneerd op € 1 miljoen per aanvraag, tenzij er een afwijking wordt toegestaan door de Vlaamse Regering.

Evaluatieprocedure

Ontvankelijkheidscriteria

  • Strategisch belang/Stimulerend effect en noodzaak van de steun:
    • de opleidingen en investeringen dienen verder te gaan dan het louter verder zetten van de bestaande activiteiten van de onderneming en moeten betrekking hebben op een kantelmoment voor de onderneming. Onder kantelmoment moet worden verstaan een geheel van beslissingen waarvan de gevolgen moeilijk omkeerbaar zijn, die een verbetering op lange termijn nastreven en die een invloed hebben op de ganse organisatie. Via een recent opgerichte ‘Commissie strategische steun’ onderzoekt het Agentschap Ondernemen voor welke opleidingen en investeringen een voldoende mate van strategisch belang wordt bewezen;
    • Het stimulerend effect en noodzaak van de steun dient te worden aangetoond op moment van de aanvraag.
  • Klimaatbeleid: bij de indiening moet de onderneming in orde zijn met de reglementering in verband met het benchmarkingconvenant en het auditconvenant:
    • ondernemingen die 0,1 tot 0,5 PJ primaire energie/jaar verbruiken = auditconvenant;
    • ondernemingen die 0,5 PJ of meer primaire energie/jaar verbruiken = benchmarkingconvenant.

Deze ontvankelijkheidsvoorwaarde geldt niet voor de niet-industriële ondernemingen en industriële ondernemingen die minder dan 0,1 PJ primaire energie verbruiken en niet onder de Europese emissierechtenhandel vallen.

Beoordelingscriteria

De projecten worden beoordeeld op basis van bedrijfseconomische, sociale en ecologische criteria:

  • bedrijfseconomische criteria die peilen naar de prestaties en de leefbaarheid van de onderneming:
    • starter;
    • financiële situatie: solvabiliteit;
    • financiële situatie: liquiditeit;
    • innovatie via contractueel onderzoek;
    • innovatie via collectief onderzoek;
    • kwantitatieve opleiding;
    • opleidingsparticipatie (enkel voor opleidingsprojecten).
  • sociale criteria die nagaan of de onderneming haar sociaal maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt:
    • duurzaamheidsverslag;
    • tewerkstelling kwantitatief;
    • tewerkstellingsintegratie (diversiteitsplan).
  • ecologische criteria die de inspanningen beoordelen die de onderneming levert om een milieuzorgsysteem uit te bouwen:
    • milieuzorg.

Deze criteria worden verder toegelicht in de bijlage of op de website van de Vlaamse overheid.

De maximumscore die een onderneming op basis van de beoordelingscriteria kan behalen bedraagt 100 punten. De score die de onderneming ten minste moet behalen om voor steun in aanmerking te komen bedraagt 50 punten. Afhankelijk van de bekomen score wordt het steunpercentage bepaald.

De aanvragende onderneming dient te motiveren dat de aangevraagde steun een stimulerend effect zal hebben op het investerings- of opleidingsproject. Hiervoor dient ze een onderscheid te maken tussen een scenario waarbij ze wél en een scenario waarin ze geen steun ontvangt.

Voor de berekening van de subsidiabele opleidingskosten, worden enkel de opleidingen met uitgesproken positieve externe effecten in aanmerking genomen (niet-overdraagbare opleidingen komen enkel in aanmerking voor kansengroepen) en komen enkel de meeruitgaven in aanmerking die de onderneming zal doen mits zij strategische opleidingssteun zal bekomen. Specifieke opleidingen komen niet in aanmerking, tenzij het additionele karakter van de specifieke opleiding bewezen is. Ook wettelijk verplichte opleidingen komen niet in aanmerking.

Een sjabloon op de website helpt ondernemingen bij het bepalen van de subsidiabele opleidingskost.

Aanvraagprocedure

De steun moet worden aangevraagd op het daartoe bestemde aanvraagformulier dat kan teruggevonden worden op de website van het Agentschap Ondernemen www.agentschapondernemen.be. Tevens dient deze aanvraag te worden vergezeld van hetzij een kwalitatief businessplan (voor investeringsdossiers), hetzij een kwalitatief opleidingsplan.

Voor de berekening van de subsidiabele opleidingskost dient het bovenvermelde berekeningssjabloon te worden ingevuld.

Er kan een gecombineerd dossier worden ingediend voor zowel opleidings- als investeringssteun, doch dan dient het bedrag van het dossier te bestaan uit minimum € 8.250.000 voor kleine ondernemingen en minimum € 8.300.000 voor middelgrote ondernemingen, zijnde minimum € 8 miljoen voor investeringen en de rest voor opleidingskosten. Het plafond van de steun blijft echter maximaal € 1 miljoen.

Een onderneming kan maar om de 3 jaar ofwel een strategisch opleidingsdossier, ofwel een strategisch investeringsdossier, ofwel een gecombineerd dossier indienen.

Uitbetalingsprocedure

De uitbetaling van de steun gebeurt in drie schijven:

  • Eerste schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en op voorwaarde dat het project werd gestart;
  • Tweede schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en op voorwaarde dat 60 % van het project werd uitgevoerd;
  • Derde schijf (saldo): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie en op voorwaarde dat het project volledig werd gerealiseerd en wordt geëxploiteerd in de onderneming én na controle van de inspectie.

Deze uitbetaling dient telkens door de onderneming te worden aangevraagd en dit ten laatste binnen zes maanden na het beëindigen van de investeringen.

Indien de tewerkstelling bij beëindiging van het project gedaald is t.o.v. de aanvangstewerkstelling wordt de volledige steun pro rata verminderd.

Contact informatie

Voor meer informatie kan u terecht bij:

Agentschap Ondernemen
Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid - cel strategische investerings- en opleidingssteun
Koning Albert II-laan
35 bus 12
1030
Brussel
F
02 553 37 88
William
Anthuenis
Cel strategische investerings- en opleidingssteun
strategischesteun@vlaanderen.be
T
02 553 37 68