U bent hier

Steun voor de uitbouw van grijswatercircuits bij bedrijven

Laatste revisiedatum 23 jan '12
Bekijk PDFAfdrukken
Wat houdt deze maatregel in

De Vlaamse overheid verleent steun aan grijswaterleveranciers die alternatieve waterbevoorrading organiseren voor bedrijven die het onttrekken van grondwater uit kwetsbare watervoerende lagen afbouwen. Alternatieven voor het grondwater zijn oppervlaktewater, hemelwater of het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties, al dan niet na extra behandeling.

De bedrijven die het grijswater afnemen hebben een onrechtstreeks voordeel bij deze subsidie. De Vlaamse overheid verplicht de grijswaterleveranciers immers om de subsidie door te rekenen in de prijs die ze aan de afnemers van het grijswater vragen voor dit grijswater. De prijs van het grijswater zal normaalgesproken nog steeds hoger zijn dan de prijs van het grondwater. De subsidieregeling is er dan ook vooral op gericht om de omschakeling van grondwatergebruik naar grijswatergebruik te faciliteren in die regio’s waar vanuit leefmilieunoden het onttrekken van grondwater uit kwetsbare watervoerende lagen moet afgebouwd worden om tot een goede grondwaterstand te komen.

Wie komt in aanmerking

Enkel grijswaterleveranciers komen in aanmerking voor deze steun. Een grijswaterleverancier is een exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, zoals bedoeld in het decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending van 24 mei 2002, die ook nog eens grijswater aanlevert. Grofweg komt dit overeen met de drinkwatermaatschappijen.

Individuele bedrijven zijn dus enkel indirect begunstigde van de steun via de grijswaterleveranciers.

Omvang steun

De subsidie aan de grijswaterleveranciers bedraagt maximaal 60% van de investeringskosten voor werken die uitgevoerd worden voor:

  • de bouw van installaties voor behandeling of opslag om grijswater aan te leveren met een kwaliteit die overeenstemt met de beoogde toepassingen;
  • de aanleg van distributieleidingen en hun aanhorigheden om het grijswater te verdelen met uitzondering van de klassieke investeringen van de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk.
  • De onteigeningen die nodig zijn voor deze werken.

Voor de berekening van de subsidie komen de raming van de kostprijs van de werken, de btw, een forfait van 7% op de som van de vorige twee types kosten en de raming van de kostprijs van de onteigeningen van het Comité van Aankoop in aanmerking.

Aanvraagprocedure

Om in aanmerking te komen voor een gewestbijdrage, wordt door de initiatiefnemer een principeaanvraag ingediend bij de VMM in twee exemplaren.

De principeaanvraag omvat:

  • de probleemstelling en een verantwoording van de voorgenomen werken die ook rekening houden met de beschikbare watervoorraden in het gebied;
  • een beschrijving van het concept van de werken;
  • een kostenraming van het project met een maximale toewijzing van de geraamde kosten aan de deelnemende industriële ondernemingen en land- en tuinbouwbedrijven;
  • een tijdpad voor de realisatie van het project;
  • een transparante nota die de financiële haalbaarheid van het project op langere termijn aangeeft en voor elke onderdeel in het project aantoont welke de geraamde kosten zijn en op welke manier deze kosten rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het project;
  • een overzicht van de planologische bestemmingen en de gebiedsspecifieke beschermingsstatuten van de gronden en hun omgeving;
  • een overzicht van de vergunningen en machtigingen die eventueel nodig zijn om de werken te kunnen uitvoeren;
  • een uittreksel uit de topografische kaart (schaal 1/10.000 of 1/25.000) waarop het project in kwestie wordt gesitueerd. Op dat plan moeten de bestaande en de geplande voorzieningen en constructies worden aangegeven, die te maken hebben met het grijswatercircuit, alsook de mogelijke afnemers met de verwachte afgenomen volumes op jaarbasis en de oorsprong van het grijswater;
  • een intentieverklaring van de mogelijke afnemers van het grijswater met specificering van de aard van de bedrijven, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen industriële ondernemingen, en land- en tuinbouwbedrijven;
  • een overzicht van de individuele grondwatervergunningen die kunnen worden afgebouwd, met daarin details over de grootte van afbouw;
  • een beschrijving van de kwaliteit van het grijswater dat geleverd zal worden aan de deelnemende industriële ondernemingen en land- en tuinbouwbedrijven;
  • een nota die de geboden transparantie op middellange en lange termijn over de kostprijs van het grijswater dat geleverd wordt, aangeeft;
  • de ontwerpcontracten die aan de afnemers van grijswater zullen worden voorgelegd.

De indiening van de principeaanvraag gebeurt voor 30 april van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het investeringsprogramma betrekking heeft.

De werken die aan de vereisten voldoen, worden gesubsidieerd binnen de grenzen van de begrotingskredieten.

Contact informatie
Agentschap Ondernemen
Dienst Ruimtelijke Economie
Koning Albert II-laan
35 bus 12
1030
Brussel
Bart
Candaele
bart.candaele@agentschapondernemen.be
T
02 553 42 82