De Vlaamse overheid verleent steun aan grijswaterleveranciers die alternatieve waterbevoorrading organiseren voor bedrijven die het onttrekken van grondwater uit kwetsbare watervoerende lagen afbouwen. Alternatieven voor het grondwater zijn oppervlaktewater, hemelwater of het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties, al dan niet na extra behandeling.
De bedrijven die het grijswater afnemen hebben een onrechtstreeks voordeel bij deze subsidie. De Vlaamse overheid verplicht de grijswaterleveranciers immers om de subsidie door te rekenen in de prijs die ze aan de afnemers van het grijswater vragen voor dit grijswater. De prijs van het grijswater zal normaalgesproken nog steeds hoger zijn dan de prijs van het grondwater. De subsidieregeling is er dan ook vooral op gericht om de omschakeling van grondwatergebruik naar grijswatergebruik te faciliteren in die regio’s waar vanuit leefmilieunoden het onttrekken van grondwater uit kwetsbare watervoerende lagen moet afgebouwd worden om tot een goede grondwaterstand te komen.
Enkel grijswaterleveranciers komen in aanmerking voor deze steun. Een grijswaterleverancier is een exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, zoals bedoeld in het decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending van 24 mei 2002, die ook nog eens grijswater aanlevert. Grofweg komt dit overeen met de drinkwatermaatschappijen.
Individuele bedrijven zijn dus enkel indirect begunstigde van de steun via de grijswaterleveranciers.
De subsidie aan de grijswaterleveranciers bedraagt maximaal 60% van de investeringskosten voor werken die uitgevoerd worden voor:
Voor de berekening van de subsidie komen de raming van de kostprijs van de werken, de btw, een forfait van 7% op de som van de vorige twee types kosten en de raming van de kostprijs van de onteigeningen van het Comité van Aankoop in aanmerking.
Om in aanmerking te komen voor een gewestbijdrage, wordt door de initiatiefnemer een principeaanvraag ingediend bij de VMM in twee exemplaren.
De principeaanvraag omvat:
De indiening van de principeaanvraag gebeurt voor 30 april van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het investeringsprogramma betrekking heeft.
De werken die aan de vereisten voldoen, worden gesubsidieerd binnen de grenzen van de begrotingskredieten.
Koning Albert II-laan | 35 bus 12 |
1030 | Brussel |
Bart | Candaele |
T | 02 553 42 82 |