Kmo's die aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen een deel van hun winst vrijstellen van vennootschapsbelasting mits reservering en herinvestering.
Kleine vennootschappen zoals gedefinieerd in artikel 15 van de Vennootschappenwet: dit zijn vennootschappen die voor het laatst (en het voorlaatst) afgesloten boekjaar een jaargemiddeld personeelsbestand hebben van minder dan 100 werknemers en niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:
LET WEL: de criteria worden op geconsolideerde basis berekend; met andere woorden, de cijfers van de verbonden vennootschappen worden meegeteld.
De vennootschap moet aan deze definitie voldoen voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringsreserve is aangelegd.
Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
De vrijgestelde investeringsreserve bedraagt 50% van het belastbaar resultaat vóór aanleg van de investeringsreserve. Dit bedrag moet nog worden verminderd met:
Men kan slechts genieten van de belastingvrijstelling indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan
De herinvestering moet gebeuren binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd, en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. Zo niet wordt de reserve aangemerkt als winst.
Kmo's die in aanmerking komen, hebben de keuze tussen de investeringsreserve en de notionele intrestaftrek.
Wie kiest voor de investeringsreserve wordt in het jaar zelf waarin de investeringsreserve wordt geboekt, maar ook in de twee daarop volgende jaren uitgesloten voor het toepassen van de notionele intrestaftrek.
Bij de aangifte moet de vennootschap een formulier voegen voor het aanslagjaar van aanleg van de reserve en voor de erop volgende aanslagjaren, en dit tot op het moment dat de investering moet uitgevoerd zijn.
Voor meer informatie kunt u terecht bij:
Koning Albert II-laan | 33 North Galaxy-bus 25 |
1030 | Brussel |
T | 02 572 57 57 |