U bent hier

Fiscale regeling inzake auteursrechten en naburige rechten

Laatste revisiedatum 23 jan '12
Bekijk PDFAfdrukken
Wat houdt deze maatregel in

Inkomsten uit auteursrechten voor zelfstandigen worden vanaf 1 januari 2008 beschouwd als een zogenaamd roerend inkomen en dit tot een (bruto) bedrag van maximaal € 53.020 (bedrag geldig voor inkomstenjaar 2011). Daarenboven kunnen auteurs genieten van een belangrijk kostenforfait op het ontvangen inkomen. Het saldo is onderworpen aan een bevrijdende roerende voorheffing van 15% die rechtstreeks wordt ingehouden door de schuldenaar van het auteursrecht (bijvoorbeeld de uitgeverij). De auteur zal dan het nettobedrag ontvangen en zal dit niet meer moeten opnemen in zijn aangifte.

Wie komt in aanmerking

Elke natuurlijke persoon, zowel de auteur als zijn rechthebbenden zoals zijn erfgenamen bijvoorbeeld, maar ook vzw's en stichtingen.

Omvang steun

Het belastingtarief op de inkomsten uit auteursrechten bedraagt 15 % voor de inkomstenschijf van 0 tot € 37.500 (€ 51.920 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2010 en € 53.020 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2011).

De schijf auteursrechten boven de € 37.500 (€ 51.920 geïndexeerd voor de inkomsten geïnd in 2010 en € 53.020 geïndexeerd voor de inkomsten van geïnd in 2011) wordt beschouwd als beroepsinkomsten. Dit deel wordt toegevoegd aan de andere beroepsinkomsten en is onderworpen aan een belastingtarief per schijf.

Volgens het bericht van het Ministerie van Financiën gepubliceerd in december 2008 voorziet de nieuwe regeling het volgende systeem van forfaitaire kosten:

Voor de inkomsten geïnd in 2010 :

  • 50% op de inkomstenschijf van € 0 tot € 13.850
  • 25% op de inkomstenschijf van € 13.851 tot € 27.700
  • boven de € 27.700 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken

Voor de inkomsten geïnd in 2011 :

  • 50% op de inkomstenschijf van € 0 tot € 14.140
  • 25% op de inkomstenschijf van € 14.141 tot € 28.280
  • boven de € 28.280 kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken

Voorbeelden (voor inkomsten geïnd in het jaar 2011)

  1. “Een auteur ontvangt € 14.000 auteursrechten”

In dit geval bedragen de onkosten € 7.000 (€ 14.000 x 50%).

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 7.000 (€ 14.000 - € 7.000 onkosten).

De auteur zal dus € 1.050 belasting betalen (€ 7.000 x 15%).

  1. “Een auteur ontvangt € 25.000 auteursrechten”

In dit geval bedragen de onkosten € volgens volgende berekening:

  • € 14.140 x 50% onkosten op de eerste schijf = € 7.070
  • € 10.860 x 25% onkosten op de tweede schijf = € 2.715

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 15.215 (€ 25.000 bruto inkomsten - € 9.785 onkosten). De auteur zal dus € 2.282 belasting betalen (€ 15.215 x 15%).

  1. “Een auteur ontvangt € 35.000 auteursrechten”

In dit geval bedragen de onkosten € volgens de volgende berekening:

  • € 14.140 x 50% onkosten op de eerste schijf = € 7.070
  • € 14.141 x 25% onkosten op de tweede schijf = € 3.535
  • Geen aftrek op de schijf boven € 28.281

Het netto belastbaar inkomen bedraagt dus € 24.395 (€ 35.000 bruto inkomsten - € 10.605 onkosten). De auteur zal dus € 3.659,25 belasting betalen (€ 24.395 x 15%).

Er moeten wel nog lokale belastingen (gemeentebelasting en/of agglomeratietaksen) worden toegevoegd aan dit tarief wanneer de auteur deze inkomsten aangeeft in zijn belastingaangifte.

Reële of forfetaire kosten

Indien de auteur het wenst, kan hij voor zijn inkomsten van auteursrechten kiezen voor een aftrek van de reële kosten in plaats van de forfaitaire kosten.

Contact informatie
FOD Financiën
Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Koning Albert II-laan
33 North Galaxy-bus 25
1030
Brussel
T
02 572 57 57
info.tax@minfin.fed.be