Binnen de Europese Unie bestaan er grote verschillen op het gebied van economische en sociale ontwikkeling. Volgens het Verdrag van de Europese Unie heeft ’Europa’ daarom tot taak de economische en sociale samenhang van het Europees territorium te versterken. Vanuit dit oogpunt werden in 1975 de ’Europese Structuurfondsen’ in het leven geroepen.
Eén van deze structuurfondsen is het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, kortweg EFRO.
Het EFRO subsidieert projecten die de ongelijkheden tussen regio’s verminderen, het concurrentievermogen vergroten, werkgelegenheid creëren en de cohesie tussen de regio’s versterken.
In overeenstemming met de vernieuwde Lissabon- en Göteborgstrategie, is het Europees Cohesiebeleid 2007-2013 gericht op de volgende prioriteiten: de lidstaten, regio’s en steden aantrekkelijker maken (beter toegankelijk, een hoogstaand dienstenaanbod en een goede zorg voor natuur en milieu); innovatie, ondernemerschap en de groei van de kenniseconomie stimuleren door onderzoek en ontwikkeling (onder meer op het gebied van de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën); meer en betere banen scheppen.
Hiervoor concentreert Europa de financiële middelen op 3 doelstellingen:
Op 6 oktober 2011 werden de wetgevende voorstellen van de Europese Commissie over cohesiebeleid 2014 - 2020 officieel bekend gemaakt. De verordeningen omvatten de principes en gedetailleerde operationele reglementen van het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking.
Dit is het startschot voor onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement over alle aspecten van cohesiebeleid na 2013, waaronder de toekomstige architectuur, de algemene principes en de verdeling van de budgetten.