Een milieuvergunning is een toelating om bepaalde milieuhinderlijke activiteiten uit te oefenen. De term ‘milieuvergunning’ duidt meestal op een VLAREM-milieuvergunning en vervangt eigenlijk de vroegere exploitatievergunning, die verleend werden volgens het oude “Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB).
Sinds 1991 is het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM) van kracht. In VLAREM I worden de procedures voor vergunningsaanvragen nader bepaald. Essentieel is dat niemand een fabriek, een werkplaats, een opslagplaats … mag exploiteren of handelingen uitvoeren, die volgens VLAREM als milieuhinderlijk beschouwd worden, zonder over een milieuvergunning te beschikken.
Alle activiteiten die op de één of andere manier een impact op het milieu kunnen hebben, zijn ondergebracht in een lijst van hinderlijke inrichtingen, de zogenaamde indelingslijst. Deze lijst is als bijlage 1 bij VLAREM I gevoegd. Momenteel zijn er 61 activiteiten (rubrieken), gaande van de opslag van gevaarlijke producten, tot het lozen van afvalwater, metaalbewerkingsmachines, feestzalen, … Aan elk van deze rubrieken is een klasse toegekend. In de milieuwetgeving onderscheidt men drie klassen, waarbij klasse 1 het meest milieuhinderlijk is en klasse 3 het minst milieuhinderlijk.
Als exploitant is het belangrijk om de indelingslijst te overlopen en na te gaan welke van de eigen activiteiten in de lijst voorkomen. Een bedrijf is vergunnings- of meldingsplichtig indien er minstens één activiteit wordt uitgevoerd uit de indelingslijst. De klasse-indeling van het bedrijf in zijn totaliteit komt overeen met de klasse van de meest hinderlijke activiteit die in het bedrijf plaatsvindt.
Het bepalen van de juiste rubrieken is niet altijd evident. Niet in het minst omdat heel wat technische termen gebruikt worden, die het soms moeilijk maken om te bepalen of een bepaalde activiteit al dan niet onder die omschrijving valt. Om u op het juiste spoor te helpen, kunt u contact opnemen met onze accountmanager milieu in uw provincie. Zij kunnen u eerstelijnsadvies geven en/of u doorverwijzen naar een privé-consultant.
Afhankelijk van de klasse-indeling van het bedrijf, zal een bepaalde procedure moeten gevolgd worden.
Voor klasse 3-bedrijven volstaat een eenvoudige melding aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waar de exploitatie gepland is. De melding gebeurt a.d.h.v. een standaardmeldingsformulier. Daags na de melding mag de exploitatie gestart worden op voorwaarde dat de activiteit verenigbaar is met de ruimtelijke voorschriften.
Voor klasse 1 en klasse 2 bedrijven moet een milieuvergunning aangevraagd worden bij respectievelijk de Bestendige Deputatie van de Provincie of bij het College van Burgemeester en Schepenen waar de exploitatie gepland is. De vergunningsaanvraag gebeurt eveneens a.d.h.v. een standaard aanvraagformulier. Voor een klasse 1 vergunning neemt de procedure ongeveer 4,5 maand in beslag, voor een klasse 2 vergunning 3,5 maand. Het is dus belangrijk om op tijd de aanvraag in te dienen.
Belangrijk om te weten is ook dat de milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning aan elkaar gekoppeld zijn. Dit wil zeggen dat voor projecten waar beide vergunningen moeten aangevraagd worden, de ene vergunning geschorst is zolang de andere vergunning niet verleend is. Bouwwerken mogen dus niet starten zo lang de milieuvergunning niet verleend is.
Meer informatie over deze procedures vindt u in VLAREM I of in onze handleiding milieuvergunningsaanvraag. De standaardformulieren kunt u opvragen bij de gemeente of provincie of vindt u terug op de website van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE).